Beweging
Beweging Beweging
Beweging


Download de nanospecial!
Missie
Beweging wil op een verrassende, prikkelende en voor een breed publiek toegankelijke wijze ingaan op actuele vragen en thema's, met wijsgerige middelen en vanuit de lange traditie van christelijk wijsgerig denken, die mede vertolkt is binnen de reformatorische wijsbegeerte.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
mevr. dr. ir. H.P. Hendrikse
prof. dr. J. Hoogland
dr. ir. R.A. Jongeneel
dr. ir. G. Korevaar
drs. R. Muis
mevr. drs. D.G. Rots
drs. J.P.L. van Seventer
mr. M.B. Tol
dr. P.H. Vos
Bar mitswa, Oud en Nieuw Afdrukken
Geschreven door Aart Deddens   

Aan het eind van de zomervakantie in 1976 wijdde ik mij door een gelofte aan geregelde Bijbelstudie. Als ‘13-jarig jongetje’ – zoals het krantenbericht mij neerbuigend aanduidde – had ik een zwaar ongeluk, waarna ik een weekend in coma bleef. Op de tweede dag der week ontwaakte ik in een ziekenhuisbed, in het bijzijn van een voor mij onbekende predikant die qualitate qua veel beter op de hoogte was van mijn situatie dan ikzelf. Na die ontmoeting herstelde ik wonderwel. Uit dankbaarheid greep ik naar de bijbel, die al voor mij was klaargelegd in het nachtkastje. Niet helemaal onwillekeurig koos ik voor het boek Job, ‘om mee te beginnen’. Nu ik was ingewijd in het lijden van de tegenwoordige tijd, had ik de verwachting dat mij tevens een tipje van de sluier zou worden opgelicht over de manier waarop de draden samenkwamen achter het borduurwerk van mijn leven. Zo had ik het ongeveer opgeschreven in een werkstuk over Luther voor het vak godsdienst. ,,Vind je dat leuk, in de Bijbel lezen?’’, vroeg de jongen in het bed naast mij. ,,Hm.’’

Op 31 december 1976 was ik bij Job, hoofdstuk vier. Tijdens de oudejaarsdienst in de kerk werd mijn gemoed fel geprangd door het besef dat mijn vorderingen in het boek Job ver uit de pas liepen met de aan mij betoonde genade. Ik raakte vastbesloten om deze kwelling niet over de jaarwisseling heen te tillen, maar kende intussen de risico’s van het doen van een gelofte. Thuisgekomen onttrok ik mij aan de gezelligheid en gebruikte de laatste uren van het jaar om mij door het Sanskriet van de vrienden van Job heen te worstelen. Aan het einde liep ik vertraging op. Wenen met een wenende Job – dat ging nog, maar blij zijn met een blijde Job en zijn surrogaathuwelijk en surrogaatkinderen – dat was een moeilijk invoelbare aangelegenheid. Mijn gedachten dwaalden af. Ik werd tot de orde geroepen door vuurpijlen die zich boven mijn dakraam een weg slingerden naar de hemel. Meer voldaan dan gesticht sloeg ik de bladzijde om van het jaar onzes Heren 1976. Ik leefde en had mijn gelofte naar behoren ingelost.

 
Beweging